01 november 2008

Kraters en mijnen

De West-Vlaamse provincie doet een grote inspanning om de recreatie te bevorderen. Daartoe werden er in het verleden fiets- en wandelpaden aangelegd die kriskras doorheen de regio laveren. Het landschap is dan ook bezaaid met allerhande paaltjes die de participanten wegwijs moeten maken. In toeristische centra zijn kaarten te koop waarop de routes gedetailleerd zijn afgedrukt. Gewapend met zo'n kaart over het wandeltraject in en om Wijtschate, begaf ik me op een vroege woensdagmorgen op pad. De omloop met als titel 'Kraters en Mijnen' vertrekt aan de kerk op het dorpsplein. Oktober profiteerde al van een prachtige nazomer, maar deze ochtend liet de zon het afweten en hadden de weergoden me getrakteerd op niet-aflatende mist. De akkers ademden de dauw uit en overal was het merkwaardig stil. Ik had amper 100 meter zicht en waande me in de jaren 14-18. Na een half uur stappen was de zon sterk genoeg om de laaghangende wolken weg te blazen. Vergezichten richting Ieper en de Kemmelberg klaarden open. Stil torende de 'Dikkop' van Mesen aan de kim. Onderweg las ik vele straatnamen en andere bezienswaardigheden. Elk had zijn eigen naam en deed me raden naar de ontstaansgeschiedenis. Welke anekdote leidde er naar de 'Scheerstraat', de 'Maedelstede Krater', het 'Spanbroekmolen Cemetry'? Achteraan de kaart is wel een uitleg te lezen, maar ongewild ging ik zelf op zoek naar eventuele verklaringen. Als snel vliegt de tijd als je je daarop concentreert. Via de 'Pool of peace', eigendom van TocH Poperinge en een waar minireservaat voor vis en vogel, kwam ik via de Wulvergemstraat in een kleine kom tussen Wijtschate en Mesen. Een Duitse bunker slaat je kil gade en een bord vertelt je hoe het eraan toe ging in 1917. Ongelofelijk dat het er nu zo stil is... Na anderhalf uur stappen verwelkomden de kerkklokken me terug aan het Kerkplein.

01 oktober 2008

HemelBed 103

In deze laatste dagen van september en het begin van oktober dient zich de herfst aan. En het zijn geen koopjes, het is al een regelrechte sollicitatie van de winter. Het kwik daalt alsof het op de beurs genoteerd staat, de regen doet ons onze kraag opzetten en de verwarmingsketel mag weer zijn zacht geronk laten horen. Niet geklaagd, er zal terug van alles te doen zijn: concerten, tentoonstellingen, opvoeringen allerhande. De verveling mag geen kans krijgen om toe te slaan. Doe er vooral iets aan!

Hanne Bedert en de bib

Op vrijdag 5 september organiseerde de Ieperse bib haar jaarlijks concert. Na afleveringen met muziek uit de vier windstreken, kwamen ze dit jaar met een ster van het thuisfront. Hannelore Bedert, een halfslanke jongedame, kwam liederen zingen in drie talen: het Algemeen Nederlands, het West-Vlaams en iets daartussen. Op goeie momenten klonk ze beter dan Flip Kowlier; jammer dat de versterking haar stem soms totaal onverstaanbaar maakte. Wat is dat toch, godbetert, dat knopjesmannen daar geen oren naar hebben. Ze maken alles kapot met hun volume en basversterking. Toch kwam Bedert na enkele songs op kruissnelheid. De snelheid van de stukken liep van traag, over trager naar traagst en toch kwam er geen verveling. De instrumentatie en haar programma hadden een goeie opbouw. De inhoud van haar teksten bleek na enkele kwartieren gekend: zwart, vol verdriet en als de zon even door de wolken kwam piepen, was het nog met een traan. Toen het slotlied er zat aan te komen, zat ik toch met het gevoel dat ze nog een uurtje mocht doorgaan. Hannelore heeft een mooie, op momenten tedere altstem. Ze kan ontroeren maar ook geselen. Haar eerste cd lag midden september in de winkels: een kiem in de dop?

Hoppemuseum

In Poperinge staat de maand september helemaal in het teken van 'feest'. De hop staat er centraal met de Hoppestoet en dit jaar stak men nog een tandje bij met het 50-jarige feest hiervan. Bart Wemaere stak zijn pen in de inktpot en schreef een boek over het hoppegebeuren. Als je graag iets over dit natuurfenomeen wilt weten, moet je het Hoppemuseum in de Gasthuisstraat bezoeken. Het oude gebouw is rijzig en kloek gebouwd. Binnen krijg je echt een mooi zicht op de hoogte omdat de trap en de lift die je naar het begin van de tentoonstelling voeren, mooi de binnenkoer vullen. De reuk van het kruid verwelkomt je en houdt je het hele traject bij de neus. De geschiedenis van het plukken is een volksverhaal dat van hand tot machine loopt. Terug beneden kun je je hart ophalen bij een streekbier. Als je buitenkomt, voel je pas dat je een reisje in de tijd hebt gemaakt.

Cyrusfeesten

In Poperinge weten ze wat feesten is (zie voorgaande artikel). Op de eerste zondag van september (als het dan al niet lichtjes regent), kwamen allerhande rare kwieten het stadsbeeld animeren. De Poperingse centrumhandelaars en het stadsbestuur boden een unieke nazomerse topnamiddag aan: een combinatie van winkelen en vertier. De centrumwinkels hielden open dag en lieten je een kijkje nemen in de nieuwe herfstcollecties, terwijl heel wat straattheatertalent uit alle windstreken voor ambiance zorgde. Toch komt het merendeel van het publiek voor de randanimatie. Vooral de verklede solomannen of dito vrouwen trokken mijn aandacht. Met allerlei visuele trucs wisten ze de kijkers te boeien, vooral ook de allerkleinsten uit het publiek. Een steltenloper met een draak in een kooi trok de aandacht van velen. Ook de acrobatrice op de Grote Markt kon een menigte boeien met een act die het midden hield tussen lachen en kunstjes tonen.

Luc Ameel: 50 jaar kunstschilder

Bij het bekijken van de tentoongestelde tekeningen en schilderijen van Poperingenaar Luc Ameel, bekropen me enkele bedenkingen. Vooral eerst die grote vraag: wat is kunst? Ik laat hier het antwoord in het midden, want iedereen kan hier alle kanten mee op. Bij de titel 'kunstschilder' en het aanschouwen van de werken, kon ik echter geen voldoening krijgen wat mijn nood naar verheffing betrof. Begrijp me niet verkeerd, het werk van Ameel is mooi en bewonderenswaardig. Het toont de pittoreske en prachtige diversiteit van ons landschap en patrimonium uit onze Westhoek. Kerkjes, molens, herenhuizen... zijn consciëntieus weergegeven. Toch vind ik het woord ambachtsschilder meer op zijn plaats. De Gasthuiskapel lag vol, wat ook het 'zien' blokkeerde. 'Overdaad schaadt' is misschien veel gezegd, maar een tentoonstelling kan maar winnen als er niet al te veel te aanschouwen valt. De rust van mijn bezoek werd vooral verstoord door de vele kaartjes met 'verkocht'. Toch een pluim voor de meester die nu al sedert 1958 onze Westhoek portretteert.

03 september 2008

Rendez-vous met de brouwer in de Groote Oorlog

Weekeind van 8-9 november 2008 in het Mout- & Brouwhuis de Snoek (Fortem-Alveringem)

Vandaag laat de Eerste Wereldoorlog zich door waardevolle toeristische initiatieven zoals In Flanders Fields, het Memorial Museum Passendaele 1917 en het Talbot House, vooral herinneren in de zuidelijke Westhoek. Onverminderd hun belang slagen de IJzertoren en de Dodengang er niet in om het verhaal van deze wereldbrand in de noordelijke Westhoek een gelijkwaardige cultuurtoeristische betekenis aan te meten. Nochtans hebben het Vlaamse en Waalse verhaal van deze oorlog zich voornamelijk langs de IJzer afgespeeld. In functie van een integrale benadering van het Oorlog & Vrede-verhaal in de Westhoek dringt zich hoegenaamd nog wat sturing vanuit de hogere overheden opvoor een globale regionale aanpak. Als kleine speler in het toeristische veld wil het Mout- & Brouwhuis de Snoek in Alveringem alvast aangeven dat de verhalen van en over de Groote Oorlog in de noordelijke Westhoek evenzeer onuitputtelijk zijn. Als bevoorrader van soldatenbier voor zowel de frontsoldaten als de vluchtelingen die zich achter het IJzerfront in het enige stukje onbezet België bevonden, nam de brouwerij de Snoek, net als alle andere dorpsbrouwerijen in dit gebied, een zeer specifieke plaats in. Vandaag is het Mout- & Brouwhuis de Snoek nog de enige, volledig bewaarde brouwerij uit de 19de eeuw die het verhaal van de dorst tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft meegemaakt en zich door zijn museale herbestemming leent om dit verhaal te brengen. Omdat precies 90 jaar geleden aan deze oorlog een einde kwam, organiseert het Mout- & Brouwhuis de Snoek dit najaar op 8-9 november het grote “Rendez-vous met de brouwer in de Groote Oorlog”. Tijdens dit tweedaagse evenement worden de bezoekers teruggevoerd naar de laatste dagen van de Eerste Wereldoorlog. De frontsoldaten horen in die dagen weliswaar van vredesonderhandelingen en een nakende wapenstilstand maar ervaren intussen nog dagelijks de harde realiteit van het soldatenleven in modderige loopgrachten en van vrienden die op de valreep de oorlog niet mogen overleven. De brouwerij dient hierbij als uniek decor voor zowel klein fronttheater onder regie van Claude De Beuckelaer als muziektheater met een fraaie selectie soldatenliederen door het Veurnse muziekensemble Sinksenbruid. Voorts worden de bezoekers er in contact gebracht met de oorlogskeuken achter het front. Voor deze culinaire kennismaking staat de Alveringemse Tafel, die aan dit evenement meewerkt, in. In een voor de gelegenheid in de brouwerij ondergebrachte soldatenkroeg met de veelbetekende naam ‘In den (Ke)Yser’ laaft de brouwer van De Snoek de soldaten met (veredeld !) soldatenbier. Duiding bij dit ‘Rendez-vous met de brouwer in de Groote Oorlog’ wordt op de eerste plaats gegeven aan de hand van de tijdelijke tentoonstelling ‘Goe genoeg vô de soldoat’ die in de kiemkelder wordt opgezet door het historisch onderzoeksteam van Westhoek-Monumenten vzw. Aan de hand van geleide bezoeken aan de expositie en drie causerieën, waarvoor Willem Wackenier, Jaak Bauwens en Jef Ameeuw tekenen, wordt het harde soldatenleven aan en onmiddellijk achter het Ijzerfront verder ontsloten voor het grote publiek. Een thematische boekenmarkt op de brouwerijzolders zorgen uiteindelijk dat de bezoekers hun onderdompeling in het oorlogsverleden van Bachten de Kupe achteraf thuis verder kunnen beleven.

Voor meer informatie zie www.desnoek.be of www.alveringem.be (zie ‘bezoekers’)

of mail naar frank.becuwe@mino.be